Overwegingen

Teststrips, urinesticks en –stroken
Uit de literatuurreview wordt geconcludeerd dat het onderzoeken van de urine bij kwetsbare ouderen met een klinische verdenking op een urineweginfectie met een urinestick, een combinatietest van nitriet en leukocytenesterase, vooral zin heeft om een urineweginfectie uit te sluiten. De afwezigheid van zowel nitriet als leucocytenesterase maakt de kans op een urineweginfectie minder waarschijnlijk en is zodoende helpend voor het uitsluiten van een infectie. Een positieve uitkomst (aantoonbare aanwezigheid van bacteriën in de urine) is in verband met het veelvuldig voorkomen van asymptomatische bacteriurie minder goed bruikbaar. Dit is ook de conclusie die internationale experts trokken in het Delphi-onderzoek. Ook zij concludeerden dat onderzoek van de urine op bacteriurie en leukocyten bij kwetsbare ouderen niet bijdraagt aan de diagnose en dat deze alleen dient te worden verricht om een urineweginfectie uit te sluiten. De positieve uitslagen hebben geen diagnostische waarde (Van Buul, 2018).

Een fout-negatieve uitslag van nitriet kan worden veroorzaakt doordat het infecterende micro-organisme geen reductase ter beschikking heeft om nitraat in nitriet om te zetten, maar ook doordat de urine niet lang genoeg in de blaas aanwezig is geweest om deze omzetting mogelijk te maken. Andere mogelijke oorzaken zijn; afwezigheid van nitraat in de voeding en een hoge concentratie ascorbinezuur in de urine. Deze vermindering in sensitiviteit van de urinestick wordt deels ondervangen door bij het uitsluiten van een urineweginfectie ook gebruik te maken van de leukocytenesterase.

Sediment
Het sediment wordt nog door een beperkt aantal huisartspraktijken en zorginstellingen uitgevoerd. Omdat in de oudere populatie leucocyturie en bacteriurie veelvuldig voorkomen en onvoldoende discrimineren tussen wel of geen infectie lijkt deze test geen plaats te hebben tussen de makkelijk uitvoerbare urinestick en de urinekweek waarbij ook informatie wordt verkregen over de verwekker en het gevoeligheidsspectrum.

Dipslide met en zonder gevoeligheidsbepaling
Vanwege het hoge percentage asymptomatische bacteriurie is de dipslide niet geschikt om een infectie aan te tonen. Voor het uitsluiten van een infectie kan eventueel gekozen worden voor de goedkopere urinestick.

Urinekweek
Gebrek aan kwalitatief goed onderzoek maakt een juiste inschatting van de diagnostische waarde van de urinekweek lastig. Het hoge percentage asymptomatische bacteriurie beperkt de positief voorspellende waarde echter dusdanig dat een urinekweek niet geschikt is om de diagnose urineweginfectie te stellen. Een negatieve urinekweek sluit een urineweginfectie uit. Dit zou in uitzonderlijke situaties reden kunnen zijn om een urinekweek in te zetten. Een urinekweek geeft wel belangrijke informatie over de eventuele verwekker(s) van de infectie en het bijbehorende gevoeligheidsspectrum voor het stroomlijnen van de therapie. Tevens dragen deze kweken bij aan epidemiologische data noodzakelijk voor het monitoren van de juistheid van het empirisch beleid.

Bij patiënten met een cystitis kan in eerste instantie empirisch behandeld worden. Bij falen van empirische therapie is het wenselijk een kweek in te zetten. Dit met het oog op variatie in het  resistentiepercentage van uropathogenen bij kwetsbare ouderen. Ook bij patiënten met tekenen van weefselinvasie, bij mannen, bij recidiverende infecties (3-6 per jaar) wordt aangeraden altijd te kweken.

Bloedonderzoek
Het is onduidelijk of aanvullend bloedonderzoek zoals leucocyten aantal, C-reactive proteïne (CRP) en procalcitonine kunnen bijdragen aan het stellen van de diagnose urineweginfectie. Hetzelfde geldt voor het kunnen differentiëren tussen patiënten met een urineweginfectie met of zonder weefselinvasie. Aanvullend bloedonderzoek kent zodoende geen specifieke plaats in het diagnostische algoritme rondom urineweginfectie. Het kan uiteraard wel gebruikt worden in meer algemene zin bij inschatting van ernst van ziekte danwel om behandeling te monitoren.