FAQ Medisch dossier

Vanuit de WGBO worden zorgverleners, waaronder specialisten ouderengeneeskunde, verplicht om een medisch dossier in te richten. Dit is van belang voor continuïteit en kwaliteit van de zorg. In het medisch dossier bewaart de arts gegevens omtrent de gezondheid en de behandeling van de patiënt. Niet alle gegevens hoeven in het dossier worden opgenomen. Slechts de gegevens die in de toekomst noodzakelijk zijn voor een goede hulpverlening, moet de arts in het dossier opnemen.

Deze en meer informatie is te vinden op de website van het KNMG onder het dossier Medisch dossier, en de richtlijn ‘’KNMG: richtlijn omgaan met medische gegevens 2024’’ is hier te vinden.

Niet alle gegevens die specialisten ouderengeneeskunde vastleggen vallen onder het inzagerecht. Het betreft alleen gegevens die behoren tot het medisch dossier van de patiënt.

Binnen het medisch dossier

In een medisch dossier staan aantekeningen over de gezondheid van de patiënt en de uitgevoerde medische verrichtingen. Ook bevat het dossier andere gegevens die voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk zijn.

Buiten het medisch dossier

Gegevens die niet bij het medisch dossier horen zijn bijvoorbeeld: persoonlijke werkaantekeningen van de hulpverlener of een obductierapport. Dit betekent dat u deze gegevens dus niet hoeft te verstrekken als een nabestaande daar om vraagt. Wel mag u informatie over de omstandigheden waaronder een patiënt is overleden mondeling geven, bijvoorbeeld in een nazorggesprek met nabestaanden. Enkel bij een zwaarwegend belang mag u ook het obductierapport laten inzien.

Deze en meer informatie is te vinden in de KNMG handreiking ‘’Inzage in medische dossiers voor nabestaanden’’.

Als een persoon gegevens uit het medisch dossier van een overleden patiënt wil ontvangen, is dat in principe niet toegestaan. Er zijn echter enkele uitzonderingen. De eerste uitzondering op deze hoofdregel is dat een patiënt bij leven toestemming heeft gegeven om aan deze persoon gegevens uit zijn dossier te verstrekken. Dit kan dus familie zijn, maar ook iemand anders. Deze toestemming is geldig als de patiënt duidelijk heeft aangegeven welke gegevens aan welke personen mogen worden verstrekt.

Er zijn nog enkele uitzonderingen waardoor een hulpverlener wel inzage kan verlenen in het medisch dossier. Voor specialisten ouderengeneeskunde zijn daarop de volgende uitzonderingssituaties van toepassing:

  • inzagerecht na een incident

  • inzagerecht vanwege een zwaarwegend belang

Deze en meer informatie is te vinden in de KNMG handreiking ‘’Inzage in medische dossiers voor nabestaanden’’.

In de meeste Persoonlijke Gezondheidsomgevingen (PGO), kan de beheerder, vaak een mantelzorger, een zorgpagina verwijderen om de gegevens van een overledene weg te halen. Het dossier in een PGO wordt vaak niet automatisch gesloten als de cliënt komt te overlijden; dit is aan de mantelzorger of nabestaande.

Als een PGO-gebruiker een machtiging heeft afgegeven via DigiD, blijft het DigiD nog één jaar na het overlijden actief om nabestaanden tijd te geven zaken af te handelen. Het is niet bekend vanuit de gebruiksvoorwaarden van POG’s hoe lang het account actief blijft na overlijden van een PGO-gebruiker.

In sommige ziekenhuizen geldt het dat in de gebruiksvoorwaarden van het patiënten portaal staat dat de toegang tot het patiënten portaal kan worden beëindigd na overlijden van de patiënt.  In dit geval wordt gehandeld in overeenstemming met par. 4.8 van de KNMG-handreiking Inzage in medische dossiers door nabestaanden.

Vanuit Verenso is aangegeven dat het vreemd is dat Wgbo-bepalingen over inzagerecht niet gelden voor PGO’s.