FAQ Taakherschikking en lijkschouw
Hieronder vind je per rubriek veelgestelde vragen (FAQ) en de antwoorden over Taakherschikking en lijkschouw. Staat jouw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op via info@verenso.nl.
Ja, het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken over de samenwerking en taakverdeling tussen de specialist ouderengeneeskunde, de verpleegkundig specialist, physician assistent, en basisarts. Deze samenwerkingsafspraken kunnen op verschillende manieren worden vormgegeven. Het is aan te raden de samenwerking en afspraken schriftelijk vast te leggen, zodat deze afspraken voor iedereen –ook voor andere betrokken zorgverleners- duidelijk zijn. Meer informatie is te vinden in de handreiking Samenwerking en Taakherschikking Ouderenzorg, onder bijvoorbeeld ‘’2.3 vastleggen samenwerkingsafspraken’’.
De verpleegkundig specialist heeft -ook wettelijk- een zelfstandige bevoegdheid. Dat betekent dat verpleegkundig specialisten volledig verantwoordelijk zijn voor het werk dat zij doen en daarop ook volledig zelfstandig kunnen en mogen handelen. Die zelfstandige bevoegdheid van de verpleegkundig specialist heeft betrekking op het eigen werkgebied van de verpleegkundig specialist. Ook in de wetgeving zelf zijn de kaders daarvoor aangegeven. Die zijn terug te vinden in de regeling zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten.
Artikel 6 is daarbij relevant, als het gaat om de kaders voor de zelfstandige bevoegdheid. Omdat de verpleegkundig specialist en de specialist ouderengeneeskunde nu eenmaal andere professionals zijn, met een andere opleiding en van elkaar te onderscheiden deskundigheid, is daarom essentieel om met elkaar een duidelijke werk- en taakverdeling te maken.
Er is een recente uitspraak binnen een tuchtcollege waaruit -onder andere- af te leiden is dat bij toenemende complexiteit (en ook veranderende (medische) toestand van de cliënt die duidt op het ingaan van de laatste levensfase), de verantwoordelijkheid voor de (behandelend) specialist ouderengeneeskunde groter wordt. In dit geval wordt ook geacht dat de specialist ouderengeneeskunde medisch regie neemt.
Allereerst kan en mag de Wzd-functionaris in dienst van de organisatie zijn of mag de Wzd-functionaris op basis van een opdrachtovereenkomst door de organisatie worden benoemd. Verder dient de Wzd-functionaris zijn taken volgens de wet (Wzd) onafhankelijk uit te oefenen. Hierdoor kan de Wzd-functionaris niet tegelijkertijd ook lid van de Raad van bestuur van de organisatie is waar hij/zij werkzaam is. Ten tweede dient de Wzd-functionaris zijn taken als Wzd-functionaris niet te vervullen ten aanzien van zijn eigen cliënten. Een specialist ouderengeneeskunde kan bijvoorbeeld niet betrokken zijn bij de besluitvorming over het zorgplan als behandelend arts enerzijds en op dat zorgplan van diezelfde cliënt tevens uitoefenen als Wzd-functionaris anderzijds.
Concluderend: formeel mag dus worden opgetreden als Wzd-functionaris bij dezelfde organisatie als waar de specialist ouderengeneeskunde werkzaam is als arts. Echter zal de organisatie wel moeten regelen dat voor cliënten waarbij de specialist ouderengeneeskunde ook behandeld arts is, er een andere Wzd-functionaris ingeroepen kan worden. Meer informatie is te vinden in de profielbeschrijving van een Wzd-functionaris.
Ja, de verpleegkundig specialisten en de physician assistants mogen medicijnen voorschrijven. Hierbij zijn echter wel enkele voorwaarden belangrijk.
UR-geneesmiddelen
Bepaalde geneesmiddelen zijn uitsluitend op recept verkrijgbaar, de zogenoemde UR-geneesmiddelen (Uitsluitend op Recept). In de Wet op de Individuele Gezondheidszorg (wet BIG) is bepaald welke beroepsbeoefenaren bevoegd zijn om recepten voor UR-geneesmiddelen te schrijven. Van oudsher zijn dat drie beroepsbeoefenaren: artsen, tandartsen en verloskundigen. Zij mogen voorschrijven binnen hun deskundigheidsgebied.
Zelfstandige voorschrijfbevoegdheid
Vanaf 2012 hebben verpleegkundig specialisten en physician assistants -eerst bij wijze van experiment- een zelfstandige voorschrijfbevoegdheid gekregen, die in 2017 definitief is vastgelegd in de wet BIG. De wet stelt een aantal voorwaarden aan deze bevoegdheid:
Verpleegkundig specialisten en physician assistants en mogen geneesmiddelen voorschrijven:
Binnen hun deskundigheidsgebied.
Voor zover het om minder complexe, routinematige recepten gaat waarvan de risico’s te overzien zijn.
Zij moeten daarbij handelen volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen. Welke UR-geneesmiddelen hiervoor exact in aanmerking komen is afhankelijk van de lokale situatie. Hierover moeten artsen, verpleegkundig specialisten en physician assistants gezamenlijk afspraken maken. De handreiking Samenwerking en Taakherschikking Ouderenzorg kan hierbij behulpzaam zijn.
Vermoeden niet-natuurlijke dood
Als er vooraf al duidelijk is -of als het vermoeden bestaat dat het om een niet-natuurlijke dood gaat- moet zo spoedig mogelijk de gemeentelijke lijkschouwer gewaarschuwd worden en hoeft de behandelend of dienstdoende arts niet een schouw uit te voeren.
Deze en meer informatie is in de handreiking (niet-) natuurlijke dood te vinden.
Overlijden tijdens ambulante behandeling
Indien een cliënt die ambulant wordt behandeld, overlijdt buiten de instelling, bijvoorbeeld op de dagbesteding of in een beschermd wonen setting, kan de vraag opkomen wie als behandelend arts bij het overlijden mag worden geroepen om de schouw te verrichten. Over het algemeen zal de arts die de cliënt als laatste onder zijn behandeling had, de cliënt moeten schouwen. Vaak hebben dergelijke cliënten een huisarts. Is die niet bereikbaar of beschikbaar dan kan de gemeentelijk lijkschouwer worden ingeschakeld.
Deze en meer informatie is in de handreiking (niet-) natuurlijke dood te vinden.
Overlijden in detentie of gedwongen/bijzondere opname
De behandelend arts verricht geen schouw na een overlijden in detentie of bij een gedwongen opname (PI, TBS, JJI, vreemdelingenbewaring). Na een overlijden in een dergelijk geval dient de schouw verricht te worden door een gemeentelijk lijkschouwer. De behandelend arts van de betreffende instelling komt in huis en verschaft de gemeentelijk lijkschouwer alle benodigde informatie. Dit is een uitvloeisel van de Wet op de lijkbezorging (Wlb).
Deze en meer informatie is in de handreiking (niet-) natuurlijke dood te vinden.
Zo spoedig mogelijk
Allereerst houdt de hoofdregel 'zo spoedig mogelijk' schouwen na overlijden in, dat binnen drie uur daarna de overledene door de arts geschouwd wordt. Indien er echter sprake is van een verwacht overlijden van patiënten in verpleeg- of verzorgingshuizen en dit overlijden plaatsvindt tussen 23.00 uur en 07.00 uur, dan mag de dienstdoend arts wachten met schouwen tot de volgende ochtend en vindt de schouw uiterlijk om 08.00 uur plaats.
Deze en meer informatie is in de richtlijn Lijkschouw voor behandelend artsen te vinden.