Uitgangsvraag + referenties
Hoe dienen katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter behandeld te worden?
De uitgangsvraag is verdeeld in de volgende subvragen:
Wat is de positie van antibiotica in de behandeling van katheter-gerelateerde urineweginfecties bij patiënten met een blaaskatheter?
Welke antibiotica zijn het meest geschikt als eerstekeuzemiddel?
Wat is de optimale duur van antibioticabehandeling?
Bij koorts gedurende ≥24 uur, koude rillingen en/of een duidelijk delirium, is een antibioticum voorschrift op basis van een mogelijke katheter-gerelateerde urineweginfectie alleen aangewezen, indien alle andere mogelijke (infectieuze en niet-infectieuze) oorzaken zijn uitgesloten en er geen sprake is van een urineretentie.
Verwijder of vervang de blaaskatheter voor aanvang van de behandeling van een katheter-gerelateerde urineweginfectie.
Neem een urinemonster - spontaan geloosd, of afgenomen uit de nieuwe blaaskatheter - voor inzetten van kweek alvorens antibiotische behandeling te starten voor een katheter-gerelateerde urineweginfectie.
Baseer de keus van empirische therapie bij katheter-gerelateerde urineweginfecties zo mogelijk op lokale resistentie data en/of eerdere kweekgegevens van patiënt.
Indien lokale resistentie data en eerdere kweekresultaten ontbreken, kan bij katheter-gerelateerde urineweginfecties gestart worden met amoxicilline/clavulaanzuur, cotrimoxazol [1] of ciprofloxacine.
Behandel vrouwen gedurende tien dagen en mannen veertien dagen.De aanbevolen behandelduur van een katheter-gerelateerde urineweginfectie is zeven dagen voor patiënten met symptomen die snel verdwijnen en tien tot veertien dagen voor patiënten met een vertraagde respons (Hooton, 2010).
Stroomlijn empirische therapie zodra de kweekresultaten beschikbaar zijn en pas zo nodig het antibioticum aan.
[1] Voorzichtigheid is geboden bij coumarine gebruik, neem contact op met de trombosedienst