Aanbevelingen
Aanbevelingen m.b.t. indicatie
Intermitterende palliatieve sedatie kan worden ingezet bij refractair probleemgedrag:
om een moment van rust te creëren bij uitputting van de patiënt, ruimte te creëren om met elkaar in gesprek te gaan (time out);
als overbrugging naar een ander behandelplan, waarbij tijd nodig is om dit in werking te zetten. Het effect van andere medicamenteuze, psychologische of psychosociale interventies kan dan worden afgewacht, medicatie kan worden gesaneerd, doseringen aangepast en/of nieuwe psychofarmaca opgestart;
om te onderzoeken of het probleemgedrag met intermitterende palliatieve sedatie afdoende behandeld kan worden.
Aanbevelingen m.b.t. zorgvuldige besluitvorming
Stel vast dat er sprake is van refractair probleemgedrag: toets of multidisciplinaire analyse, besluitvorming en behandeling hebben plaatsgevonden zoals beschreven in de richtlijn Probleemgedrag bij dementie (Verenso/NIP, 2018).
Neem het besluit tot intermitterende palliatieve sedatie in samenspraak met de patiënt en/of diens wettelijk vertegenwoordiger.
Draag zorg voor een zorgvuldige rapportage en documenteer:
de aard en frequentie van optreden van het refractaire probleemgedrag;
welke interventies eerder zijn ingezet om het ernstige probleemgedrag te verminderen en het lijden te verlichten en wat het resultaat van de ingezette interventies is geweest;
wie als deskundigen bij de behandeling betrokken zijn (multidisciplinair team en eventuele externe gedragsdeskundigen);
het te verwachten beloop van de ziekte en de (gedrags-)symptomen voor de patiënt indien niet tot intermitterende palliatieve sedatie wordt overgegaan.
Pas intermitterende palliatieve sedatie proportioneel toe.
Raadpleeg voor de dosering van medicamenten de richtlijn Palliatieve sedatie (IKNL/NHG, 2022) en houd rekening met voorafgaand (langdurig) psychofarmaca gebruik.
Overweeg consultatie van een specialist ouderengeneeskunde die de kaderopleiding palliatieve zorg heeft afgerond. Deze kan adviseren over de in te zetten medicatie.
Neem de volgende aandachtspunten in acht voor het overleg met de patiënt en/of diens (wettelijk) vertegenwoordiger over intermitterende palliatieve sedatie:
stel een gezamenlijk doel vast, geef voorlichting (ook aan alle betrokken zorgverleners) over het te verwachten effect en benoem evaluatiemomenten;
bespreek de wijze van toedienen van de medicatie (per os, subcutaan, intramusculair, intraveneus) bespreek de duur en de frequentie van de intermitterende palliatieve sedatie;
monitor de intake van vocht en voeding en bespreek op indicatie de eventuele optie van het kunstmatig toedienen van vocht en voeding.
Evalueer regelmatig met de patiënt en/of diens (wettelijk) vertegenwoordiger en het multidisciplinair team of een aanvaardbare oplossing is bereikt.