Aanbevelingen
Aanbevelingen voor indicatiestelling
Continue palliatieve sedatie kan worden ingezet bij refractair probleemgedrag bij dementie – als intermitterende palliatieve sedatie onvoldoende effect heeft – om de gewenste mate van symptoomverlichting te bereiken voor de patiënt. De toepassing van continue palliatieve sedatie vindt plaats in een intramurale setting. Naast de voorwaarde van één of meer refractaire symptomen moet ook sprake zijn van een geschatte termijn tot overlijden die relatief kort is, dat wil zeggen dat een termijn van twee weken realistisch is.
Aanbevelingen voor zorgvuldige besluitvorming
Stel vast dat er sprake is van refractair probleemgedrag waarvoor continue palliatieve sedatie geïndiceerd is en toets of:
multidisciplinaire analyse, besluitvorming en behandeling hebben plaatsgevonden zoals beschreven in de richtlijn Probleemgedrag bij dementie (Verenso/NIP, 2018);
consultatie van een externe gedragsdeskundige (een kaderarts psychogeriatrie, een ouderenpsychiater en/of het CCE) heeft plaatsgevonden;
intermitterende palliatieve sedatie is toegepast en zo ja, of deze onvoldoende heeft geleid tot vermindering van het lijden.
Neem het besluit tot continue palliatieve sedatie in samenspraak met de patiënt en/of diens (wettelijk) vertegenwoordiger.
Rapporteer zorgvuldig en documenteer:
de aard en frequentie van optreden van het refractaire probleemgedrag;
welke interventies (inclusief intermitterende palliatieve sedatie) zijn ingezet om het ernstige probleemgedrag te verminderen en het lijden te verlichten en wat het resultaat van de ingezette interventies is geweest;
wie als deskundigen bij de behandeling betrokken zijn (multidisciplinair team en externe gedragsdeskundigen);
het te verwachten beloop voor de patiënt van de ziekte en de (gedrags-)symptomen indien niet tot continue palliatieve sedatie wordt overgegaan.
Overweeg, alvorens over te gaan tot continue palliatieve sedatie, consultatie van een specialist ouderengeneeskunde die de kaderopleiding palliatieve zorg heeft afgerond. Deze kan in de fase van indicatiestelling en besluitvorming, helpen met het inschatten van de termijn tot het overlijden.
Pas continue palliatieve sedatie proportioneel toe. Raadpleeg voor de dosering van medicamenten de richtlijn Palliatieve sedatie (IKNL/NHG, 2022) en houd rekening met voorafgaand (langdurig) psychofarmaca gebruik. Overweeg hiervoor consultatie van een specialist ouderengeneeskunde die de kaderopleiding palliatieve zorg heeft afgerond. Deze kan adviseren over de in te zetten medicatie.
Neem de volgende aandachtspunten in acht voor het overleg met de (wettelijk) vertegenwoordiger over continue palliatieve sedatie: bespreek de prognose van het refractair probleemgedrag en de levensverwachting;
stel een gezamenlijk doel vast, geef voorlichting (ook aan alle betrokken zorgverleners) over het te verwachten effect en benoem evaluatiemomenten;
bespreek waarom afgezien wordt van kunstmatige toediening van vocht en voeding;
bespreek de wijze van toedienen van de medicatie (subcutaan, intramusculair, intraveneus);
bespreek de mogelijke neveneffecten en nadelen (gewenning) en hoe hiermee om te gaan (medicatie-aanpassingen).
Evalueer regelmatig met de (wettelijk) vertegenwoordiger van de patiënt en met het multidisciplinair team of een aanvaardbare oplossing is bereikt.
Besteed aandacht aan de impact die het traject van continue palliatieve sedatie heeft op alle betrokkenen.